Benedictinessen

Altijd door zijn de Benedictinessen van de altijddurende aanbidding met een of meer zusters in haar kloosterkerk in aanbidding bij de Heer in het Geheim van Zijn Liefde, om goed te maken wat Hem te kort wordt gedaan door het ongeloof en de onverschilligheid van de Zijnen – “… et sui Eum non receperunt: de Zijnen hebben Hem niet ontvangen …” – en wel op zo’n manier dat die “eerherstellende aanbidding” heel haar leven als Benedictines doortrekt en er een eigen kleur aangeeft van vereenzelviging met de Heer in Zijn Offer: Zijn ontlediging en overgave aan de Vader tot verlossing van de mensen.

In dit aardse bestel, in mensen van vlees en bloed, bestaan geest en leven niet zonder zich uit te drukken in taal en teken. En om voortdurend nieuw ontstoken te worden door het vuur van Gods Geest, wijden de zusters zich allereerst aan de vele uren van gebed – koorgebed en persoonlijk gebed – : het grondstramien van het weefsel van elke dag.

 

Reacties zijn gesloten.